De Belgische vennootschapsbelasting kent twee tarieven, een rits aftrekposten en een complexe regeling voor voorafbetalingen. Wie zijn structuur slim opzet, kan zijn effectieve aanslag flink drukken. Hieronder vind je de stand van zaken voor aanslagjaar 2026.
Het standaardtarief
Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 25 procent op het belastbare resultaat. Dit tarief geldt voor middelgrote en grote vennootschappen die niet voldoen aan de KMO-voorwaarden. Op de berekende belasting komen nog crisis- of aanvullende heffingen, maar die zijn sinds 2021 minimaal en haast onmerkbaar in de eindfactuur.
Vergeet ook de bijzondere regels niet voor onbillijke verloningen of overdreven leasingkosten. Een te lage bezoldiging van de bedrijfsleider trekt sneller een fiscale controle aan dan een hoge.
Verlaagd KMO-tarief
Voor de eerste schijf van 100.000 euro winst betaal je als KMO maar 20 procent. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet je vennootschap aan de KMO-criteria voldoen (artikel 1:24 WVV) en moet de bedrijfsleider minstens 45.000 euro brutoloon ontvangen, of een loon hoger dan de winst.
Een kleine BV met 80.000 euro winst betaalt zo 16.000 euro vennootschapsbelasting in plaats van 20.000 euro. Voor de meeste startende ondernemers loont het om die loondrempel te halen, ook al voelt dat bij de start als veel.
Belangrijke aftrekposten
De DBI-aftrek (Definitief Belaste Inkomsten) maakt dividenden van dochterondernemingen vrijwel volledig vrijgesteld, mits aan de drempelvoorwaarden van 10 procent of 2,5 miljoen euro deelneming wordt voldaan. De notionele intrestaftrek is sinds 2018 sterk afgebouwd, maar de incrementele variant geeft nog een beperkt voordeel op kapitaalverhogingen.
De investeringsaftrek bedraagt minstens 8 procent voor materiele activa en kan oplopen tot 13,5 procent voor digitale of energiebesparende investeringen. Voor onderzoek en ontwikkeling gelden bijzondere percentages tot 20,5 procent eenmalig of 15,5 procent gespreid.
Niet-aftrekbare uitgaven
Sommige uitgaven worden voor 50 of zelfs 100 procent verworpen. De bekendste zijn restaurantkosten (50 procent aftrekbaar tot 31 maart 2026, daarna mogelijk verlaagd), receptiekosten (50 procent), en niet-specifieke beroepskledij (volledig verworpen).
Auto’s blijven een fiscaal mijnenveld. Vanaf 2026 zijn alleen elektrische bedrijfswagens nog volledig aftrekbaar; brandstof- en hybride wagens kennen een afnemende aftrek. Voor een nieuwe leasingauto is een EV vrijwel altijd de fiscaal verstandigste keuze.
Voorafbetalingen
Belgie verwacht dat je je vennootschapsbelasting in vier kwartaalbetalingen voorafbetaalt. Doe je dat niet, dan riskeer je een vermeerdering van 6,75 procent op je belasting. Plan dus voorafbetalingen op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december.
Wie liquide ruimte heeft, betaalt het beste vroeg in het jaar. De vermeerdering van januari is duurder dan die van december, dus elke vroege euro telt sterker. Voor de meeste KMO’s volstaat een sluitende voorafbetaling op 10 april.
Praktisch advies
Werk samen met je boekhouder aan een fiscale planning vooraleer het boekjaar afsluit. Een loonverhoging in december, een gerichte investering of een dividend onder de VVPR-bisregeling kan duizenden euro’s belasting besparen, maar moet correct worden gestructureerd.
Vergeet ook de overgangsregelingen niet als je structuur wijzigt. Bij een fusie, splitsing of inbreng gelden specifieke neutraliteitsregels, waardoor je vaak zonder belasting kunt herorganiseren. Vraag dit jaarlijks expliciet na, want fiscale wetgeving in Belgie wijzigt vrijwel elk jaar.





